Woningen en appartementen Maasbroeksche Blokken Boxmeer

inleiding
Als eerste fase van de uitbreidingswijk Maasbroeksche Blokken heeft de gemeente Boxmeer in 1998 een prijsvraag uitgeschreven voor de entree van de wijk. Het ingediende ontwerp is bekroond met een tweede prijs.

stedenbouwkundige uitgangspunten
Het stedenbouwkundig plan wordt gekenmerkt door een heldere, relatief rechtlijnige opzet, met veel groenelementen. Deze groenelementen zijn geconcentreerd rond parkachtige gebieden en komen door de gehele wijk voor in straten en hofjes. Door het gebied loopt van oost naar west een belangrijke structurerende laan. Deze buurtontsluitingsstraat is gedeeltelijk een onderdeel van de prijsvraaglocatie. Aan de zuidkant van deze laan is bebouwing gedacht in niet traditionele vorm, waarbij op de oostelijke hoek de entreefunctie van het gebied versterkt dient te worden met een accent.
Zuidelijker loopt parallel aan deze laan een parkweg, waarvan de noordelijke kant bestaat uit twee naast elkaar liggende hofjes. Het oostelijke hofje is ook onderdeel van de prijsvraaglocatie. Aan de noordzijde wordt in de hofjes gesloten bebouwing voorgesteld. De parkweg is een schakel tussen het meest bebouwde gebied en het woongebied in het groen. Dit wordt tot uitdrukking gebracht door een parkachtige sfeer. Gevraagd wordt om het hofje duidelijk als een eenheid te behandelen en door massavorming duidelijk te begrenzen.
Het verschil in karakter tussen de hofwoningen en de appartementen dient duidelijk te worden benadrukt. Met name wordt aandacht gevraagd voor de hoekoplossingen.

20 parkwoningen
Bij de woningen aan het hof is getracht een grotere maat dan die van individuele woningen te introduceren, zodat het hof duidelijk als een geheel werkt en zodoende een goede schaalovergang tussen het appartementencomplex en de kleinschaligere woonbebouwing vormt. Alle woningen hebben een beukmaat van 5,4 meter, en zijn voorzien van een metselwerk gevel met daarop een half gebogen kap. De maat van de raamopeningen is toegesneden op de schaal van het complex.
Bij de parkwoningen zijn twee hoofdtypen te onderscheiden; aan de noordzijde woningen met de woonkamer aan de straatzijde (zuid), bij de woningen aan de buitenkant zijn de woonkamers aan de tuinzijde (oost en west) gesitueerd. Omdat er in ieder geval voor een deel op eigen terrein moet worden geparkeerd heeft het wonen aan de tuin het voordeel dat er niet vanuit de woonkamer op de auto’s wordt gekeken. Om tot een voldoende aantal parkeerplaatsen te komen zijn ook de woningen aan de noordzijde voldoende ver terug gelegd om te kunnen parkeren op eigen terrein. Aangezien er veel tuinen noodgedwongen een matige bezonning hebben, is bij de meeste woningen in een dakterras voorzien. Alleen bij de vier woningen links en rechts van de onderdoorgang is geen dakopbouw gemaakt, dit om een zekere geleding tot stand te brengen. De zes woningen op de hoek zijn royaler van opzet en hebben een slaap- en badkamer op de begane grond. Twee hoekwoningen hebben een extra (hobby)kamer op de begane grond. Een garage beëindigt het perceel van de eindwoningen.

30 appartementen
Bij de appartementen is de behoefte om een accent te plaatsen bij de entree van de wijk aanleiding geweest om een niet-traditionele gevelopbouw te maken. Het ‘skelet’ wordt gevormd door een kolommen- en balkenraster van geschilderd beton. Uit dit raster steken blokken van metselwerk naar buiten. Tussen de kolommen en balken zitten pui-elementen. Het gevraagde accent wordt gevormd door het naar buiten komende raster, wat een zeer expressieve werking heeft. Op deze wijze ontstaat een duidelijk accent dat toch een hechte relatie heeft met de rest van het complex. Met opzet is gekozen voor een niet symmetrische oplossing omdat de Y-sprong bij het binnenkomen van de wijk wel een symmetrie suggereert, maar dat in wezen niet is. Daarvoor is het verschil in functie en karakter tussen de parkweg en de laan te groot.

openbare ruimte
Een 80 cm verdiept liggend (half) verhard plein vormt de kern van het hofje. Door het verlagen van dit gedeelte ontstaat er een interessante ruimtelijke relatie tussen het plein, de begroeide groene zoom van het perkje eromheen, en de bebouwing. Vanaf het plein ontstaat een andere blik op de omgeving en een relatief grote beslotenheid. Kinderen kunnen hier veilig spelen, ook kan er ruimte zijn voor een jeu de boulesbaan of iets dergelijks. Door de situering van de bomen ontstaan er plekken met zon en schaduw op elk moment van de dag. Het verdiept liggende gedeelte wordt omzoomd door een lage muur die ter plaatse van de geparkeerde auto’s wat hoger zou kunnen zijn. Dit plein leent zich uitstekend voor het integreren van een kunstwerk, in de vorm van bestrating, wandaankleding, verlichting of iets dergelijks.
Via een onderdoorgang wordt het binnenterrein van het appartementenblok bereikt. De 22 parkeerplaatsen zijn zodanig gesitueerd dat een duidelijke ruimte overblijft met een zo groot mogelijk plantsoen. Een flinke bomenrij bij de achtertuinen van de oostelijk gelegen hofwoningen waarborgen de privacy van deze woningen.

materiaalgebruik
De gevels van de grondgebonden woningen zijn in een lichte baksteen gedacht, met houten kozijnen. De voordeuren zullen door een accentkleur de individuele woningen benadrukken. Het gebogen dak wordt voorgesteld in aluminium of zink. De appartementen zijn opgebouwd uit een combinatie van betonnen balken en kolommen welke dienen te worden geschilderd. Hierdoor wordt vervuiling (vergrijzing) tegengegaan. De puien zijn van hout en het metselwerk heeft een donkere kleur. Hierdoor ontstaat een contrast met de kolommen en balken en met de lichtere baksteen van de hofwoningen.
Door de gekozen opzet ontstaat er een schaaldifferentiatie in het blok waardoor het een zekere grootschaligheid kent, die ook duidelijk nodig is op die plek. Door de maat van de naar buitenstekende metselwerkblokken ontstaat een ritme dat ook goed bij de kleinschaligere elementen in de wijk past. De appartementen worden gevormd door twee gekoppelde beuken van 5,4 meter. De woonkamer bevindt zich bij alle appartementen aan de straat. Aan deze zijde is meestal ook de keuken gesitueerd. De grootste slaapkamer bevindt zich bij voorkeur aan de galerij. Indien er aan de galerijzijde onvoldoende in daglicht kan worden voorzien, is de keuken aan de galerijzijde geplaatst. Op de tweede en derde verdieping van de meest oostelijke hoek zijn twee maisonnettes opgenomen. Hierdoor ontstaan royale woningen op de meest markante plek, waarbij de woonkamers volledig naar buiten zijn gericht.
De ontsluiting van het complex vindt plaats middels een entree ter plaatse van de onderdoorgang. Deze entree is open van karakter met veel glas en een dubbele verdiepingshoogte. Via deze entree zijn ook de bergingen te bereiken welke zich in het souterrain onder een gedeelte van het complex bevinden. Een gemeenschappelijke fietsenberging op het binnenterrein voorkomt een te groot ongemak van bergingen in een souterrain.

Tweede prijs meervoudige opdracht voor 20 grondgebonden woningen en 30 appartementen.