Maria van BourgondiŽsingel, ís-Hertogenbosch

Het eerste gedeelte van de uitbreidingswijk ís-Hertogenbosch-Zuid uit de jaren vijftig, wordt gekenmerkt door bebouwing van de zogenaamde Delftse en Bossche School. Aan de westrand van deze wijk, op de overgang naar het natuurgebied het Bossche Broek, zijn in die tijd door Architectenbureau Siebers en Van Dael een rij van 13 huizen ontworpen in twee typen. De aantrekkelijkheid van deze rij huizen bestaat naast de rustige architectuur uit het fenomenale uitzicht op het Bossche Broek. Het bestemmingsplan liet de door de opdrachtgever gewenste sterke vergroting van het volume toe, echter om de ensemblewerking aan de straatzijde niet te ontkrachten is er voor gekozen om het huis niet te vervangen door een groter exemplaar maar om achter de bestaande woning een nieuw volume te plaatsen. Dit voor- en achterhuis worden met elkaar verbonden door een met structurele beglazing overdekte hal.

De architectuur van Siebers en Van Dael van dat moment laat zich wellicht het best omschrijven als prť-Bossche School. De maatvoeringprincipes die in een latere fase deze stroming zouden bepalen, waren op het moment van ontwerpen van de oorspronkelijke woningen nog volop in ontwikkeling. Dit is aanleiding geweest om het achterhuis volledig volgens de inmiddels uitgekristalliseerde principes het zogenaamde plastisch getal te maatvoeren. Hierdoor is samen met de materiaalkeuze getracht een eenheid te maken tussen oud en nieuw, waarbij toch duidelijk zichtbaar is dat het achterhuis van een veel later datum is.

Door het achterhuis samen te stellen uit een skelet van geprefabriceerde betonnen kolommen en liggers met daarin opgenomen metselwerkvlakken welke zijn ingesmeerd met een kalkcementspecie, zogenaamde kwastwerk, ontstaat een verwantschap met het reeds gekwaste voorhuis. Een ander groot voordeel van de kolommenstructuur is dat de achtergevel bijzonder open kon worden uitgevoerd waardoor het achterhuis zich sterk op het Bossche Broek richt. Om het terras te markeren en de zonwering in te kaderen is de pergola als een intergraal onderdeel van de kolommen- en liggerstructuur vormgegeven. Om op een subtiele wijze het onderscheid tussen voor- en achterhuis te versterken zijn de buitenkozijnen van het achterhuis uitgevoerd in gepoedercoat staal en zijn deze kozijnen voor in het gevelvlak geplaatst. Dit in tegenstelling tot de kozijnen in het voorhuis welke diep in gevelvlak liggen en in hout zijn uitgevoerd.

Doordat het zwaartepunt van het huis naar achteren is verschoven, lag het voor de hand om de entree niet meer aan de straatzijde maar aan de zijkant te leggen ter plaatse van de verbindende hal. Vanuit deze hal worden de diverse ruimten benaderd. Het gastenverblijf en de primaire woonfuncties zijn op de begane grond gesitueerd terwijl de slaapvertrekken en de werkkamer zich op de verdieping bevinden. Vanwege het uitzicht zijn de woonkamer en de woonkeuken in het achterhuis geplaatst. De kelder onder het achterhuis bevat een sportruimte, opslagruimte en een technische ruimte. De gehele woning is voorzien van koeling, luchtverwarming met warmteterugwinning in combinatie met vloerverwarming en radiatoren en een zogenaamd domotica systeem. Vandaar dat de technische ruimte relatief groot is.

De verschillende verdiepingen worden ontsloten middels trappen welke zich bevinden op de overgang tussen voorhuis en de hal. Deze trappen zijn uitgevoerd in prefab betonnen treden die per trede aan de betonwand zijn bevestigd middels een ingestort stalen buisprofiel. Het krachtenverloop is leidraad geweest bij de vormgeving van deze treden, reden waarom ze taps toelopen. Het hoogteverschil tussen voor- en achterhuis wordt op de verdieping overbrugd door een element dat een combinatie is van een brug en een trap. De vormgeving hiervan is afgeleid van de traptreden. Prefab beton is op deze manier een belangrijk element in deze woning geworden. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in circa 200 verschillende betonmerken in 7 verschillende hoofdvormen. Het totaal aantal betonelementen ligt rond de 300. In verband met de vereiste kwaliteit en de moeilijkheidsgraad van de diverse elementen is er voor gekozen om alle elementen uit te voeren in zelfverdichtende beton.

In samenwerking met Octatube Space Structures is de glazen overkapping van de hal ontworpen. De structurele beglazing zorgt voor een abstracte en transparante vormgeving, zodat de hal duidelijk als een overdekt buiten wordt ervaren. De ellipsvormige stalen buisprofielen van de spanten geven de kap de nodige verfijndheid.
Om te voorkomen dat de hal een te lange nagalmtijd kreeg, zijn de stalen binnendeuren naar de woonkamer en de keuken samengesteld uit stalen profielen met een bekleding van samengeperst aluminiumwol met bijzondere akoestische eigenschappen. Deze panelen worden onder andere ook in concertzalen toegepast. Deze deuren zijn op twee verschillende manieren draaibaar gemaakt. In de normale situatie worden ze gebruikt als dubbele deuren met elk een afmeting van circa een meter breed. Indien er maximale openheid tussen hal en woonvertrekken gewenst is, kunnen ze als vouwdeuren tegen de betonkolommen worden geparkeerd. Deze dubbele functie samen met de akoestische voorzieningen zijn speciaal voor dit project ontwikkeld.

De overgang tussen de gecultiveerde architectonische ruimte van het woonhuis en de natuurlijke ruimte van het Bossche Broek is op een abstracte wijze vormgegeven in het tuinontwerp van tuin- en landschapsarchitect Pieter Buys van wiens hand ook het hekwerk aan de voorzijde is. De materiaalkeuze van diverse afwerkingen en het bepalen van de kleurstelling heeft in samenwerking met Git Schute plaatsgevonden.