Brabants Dagblad 15 april 2004, De Gaard

Clubs in het rood op weids groen

donderdag 15 april 2004

door Anna van der Burgt

Een slagenlandschap, zoals het voormalige landgoed Driessen in de gemeente Waalwijk, wordt gekenmerkt door langgerekte kavels. Wie in zo’n landschap wil bouwen, doet er goed aan zich te laten meeslepen door het aanwezige vormenritme. Miel Wijnen van het Bossche bureau Wijnen Arhitectuur kreeg de opdracht om gebouwen te ontwerpen voor twee voetbalverenigingen, het katholiek RWB en het protestantse Neo’25. Nu staan de twee langwerpige behuizingen in elkaars verlengde; geen tweeling, maar wel verwant. De vorm is gebaseerd op de veldschuren en kassen die in de omgeving veel voorkomen en de rode kleur geeft de gebouwen een eigen karakteristiek.

Afstand
Toen de katholieke voetballers hun oude plek moesten verlaten omdat de gemeente de grond voor iets anders nodig had, werd besloten de twee clubs samen in sportpark De Gaard onder te brengen. De politiek deed nog een poging de twee te laten fuseren maar, hoe vriendelijk men ook met elkaar omgaat, daarvoor bleek de afstand toch te groot. Nadat de eerst aangezochte architet had laten weten het budget te laag te vinden om fatsoenlijk te kunnen bouwen, ging de opdracht naar bureau Wijnen in samenwerking met Hoefnagel-Totaalbouw uit Sprang-Capelle. Deze combinatie had eerder in Waspik met Sociaal Cultureel Centrum Den Bolder een goede indruk gemaakt.

Bouwlagen
In juni 2002 kwam de opdracht en eind 2003 konden de gebouwen in gebruik worden genomen. Neo’25 kon de architect wel volgen in diens voorkeur voor twee bouwlagen. Wijnen:„Dan bouw je compacter, dan is de verhouding tussen het omhullend oppervlak en de inhoud gunstiger.” RWB wilde liever op de begane grond blijven. Die verschillende uitgangspunten leidden tot twee verschillende, maar zeer verwante plannen. De familiegelijkenis uit zich vooral in de kopgevels. Wijnen: „Ik dacht: als we nou de typologie van een veldschuur of kassen in elkaar schuiven, dan kunnen we een markant profiel maken met die daken. Dan krijgen die gebouwen iets met elkaar te maken.” Beide verenigingsgebouwen bestaan uit drie aan elkaar geschakelde stroken met zadeldaken, een construtie die het mogelijk maakt om kantines en tribunes het juiste onderdak met eigen gewenste hoogte te geven, Bij het ene gebouw is zo’n lange strook gebruikt voor de tribune, terwijl bij het andere gebouw de tribune als een hooischuurachtige vorm uit het gebouw komt. Bij Neo’25 kijk je vanuit de kantine op de verdieping, als het ware uit een grote skybox, over de tribune heen. De kloeke gezelligheid van dit interieur wordt versterkt door de hoogteverschillen in het dak en details als de hoge, smalle glasstroken in de deuren dien niet alleen mooi zijn maar ook de kans op glasbreuk sterk verminderen. De dieprode stalen dakplaten worden uitbundiger rood als de zon er op schijnt. Ze echoën door in de pergola-achtige buitendaken aan de kant van het terras op het zuiden, die het licht filteren. Het metselwerk is van paars-bezande baksteen. De nopbestendige vloertegels hebben een vuilverhullende zandkleur en de trap is van beton. De kleedkamers van de scheidsrechters zijn dicht bij het veld, heel handig als zij voor hun leven moeten rennen. En de bestuurskamer is zonder meer deftig. De voetballers komen, net als bij professionals, tussen de tribunes het veld op.

Prettig daglicht
RWB is een grotere club. Het publiek staat hier langs de lijn. De drie rode daken zijn hier even hoog, een ritme dat wordt onderbroken door het optillen van het hooischuurdak boven de tribune. De lange gang waarop alle ruimten uitkomen heeft zeer prettig daglicht. De hele opzet van het gebouw nodigt er toe uit er zorgvuldig mee om te gaan. Mooi is ook dat je bij beide clubs geen reclame aan de gebouwen ziet, wel rondom de velden, wat erg professioneel staat. Beide clubs genoten een grote inzet van vrijwilligers.