Eigentijdse vorm in een steenrode jas

Dinsdag 5 maart 2002

Anna van der Burgt

Anders zijn en toch in je omgeving passen, die kunst wordt niet alleen van mensen maar ook van gebouwen verwacht. Waspik kreeg een nieuw cultureel centrum dat zich onderscheidt van zijn omgeving door zijn strakke, eigentijdse vorm. Toch is het gebouw door de rode kleur van de doorleefd ogende baksteen en hoogteverschillen in de gevel een beetje familie van de oudere gebouwen in de Schoolstraat.

Architect Miel Wijnen, van Wijnen Architectuur in 's-Hertogenbosch, ontwierp het gebouw toen hij nog bij architectenbureau De Twee Snoeken werkte. Op de bouwplek stond al een cultureel centrum, een 25 jaar geleden met veel vrijwilligersenergie en wat gemeentegeld verbouwde school. De nieuwe culturele voorziening is van een allure die je niet verwacht in een plaats met omstreeks zesduizend inwoners.

Bruidsschat

Het geheim zit in de voorgeschiedenis: toen Waspik een jaar of vijf geleden bij Waalwijk werd gevoegd stelde deze gemeente daar een soort bruidsschat tegenover. Het nieuwe gebouw wordt gebruikt door de bibliotheek, die in het linkergedeelte is gevestigd, de harmonie, de peuterspeelzaal, de muziekschool, hobbyclubs, ouderengymnastiek en een jongerengroep. De grote zaal is in gebruik voor podiumkunst. Om de twee weken gaat er op twee avonden in de theaterzaal een rolhek omlaag, waardoor een discoruimte met glitterverlichting rondom de bar ontstaat. Wijnen heeft het rechterbouwblok van Den Bolder scheef gezet en wel zo dat de voorkant van het gebouw er breder van wordt en de achterkant dus iets smaller. Daardoor won hij aan de achterkant ruimte om de daar liggende peuterspeelplaats meer vorm en beslotenheid te geven. En bij de entree kwam meer ruimte om grote hoeveelheden mensen tegelijk te kunnen binnenlaten. Boven de entree is haaks op het schuine bouwblok en daarmee scheef ten opzichte van de voorgevel een luifel geplaatst. Het gat erin zorgt voor extra daglicht in de ontmoetingsruimte, maar voor de hoofdentree en de ingang van de bibliotheek kwijt de luifel zich keurig van zijn beschuttende en markerende taak. Binnen wordt de bezoeker verrast door de hoge foyer en het balkon, dat te bereiken is via een trap die tegelijkertijd luifel boven de bar is. Een slimme oplossing. Het balkon biedt plaats aan techniek en enig publiek, en is een schakel in de doorlopende route in het gebouw.

'Ooievaarssyndroom'

In de ontmoetingsruimte, waar 's morgens om 10.15 uur al volop wordt gebiljart, is iets terug te vinden van traditionele gezelligheid in de inrichting met houten vloer, rood plafond en caféstoeltjes. De ruimte is met een glazen wand van de foyer gescheiden om apart en toch samen te zijn. De rest van het gebouw vertoont een harmonie van grijzen, zwart en wit met helaas op de bovenverdieping symptomen van wat Wijnen het 'ooievaarssyndroom' noemt, voetafdrukken van mensen die op een been staan te buurten. Er is een afwasbare lambrisering in aantocht. Indien nodig kunnen alle wanden tussen podium en voorgevel open om bij evenementen zoals de revue veel publiek te ontvangen. Daglicht valt via lichtkoepels boven de trap en door een glazen pui op de verdieping binnen. Op de begane grond wordt het daglicht zorgvuldig geregisseerd door middel van kleine raampjes en, in het plafond van de bibliotheek, kalme lichtkoepels. Bekijk je het lange gebouw als grote vorm dan valt op dat de laagbouw van bibliotheek en peuterspeelzaal 'als twee haken van metselwerk' de hogere middenmassa in een omarming vasthoudt.